De geschiedenis van de Epagneul Breton in Nederland van 1927 tot 1965.
Colette de Houlbousse, geb. 9-8-1924,
gefokt door de Fransman Pierre Plaineveaux. Wilson won met deze hond zowel
veldwedstrijden als apporteerwedstrijden
|
Op
verzoek van het bestuur heeft de bekende kynoloog en keurmeester C.J. Coldewey
zijn herinneringen aan de eerste Bretons en hun voorjagers in Nederland
opgeschreven. We hopen daarmee een uniek stuk geschiedenis van ons ras vast te
leggen. De heer Coldewey, erevoorzitter van de 'Continentale’, heeft de
jaarverslagen van die vereniging vanaf 1896 doorgenomen en vond daarin
waarschijnlijk de eerste Breton die in Nederland aan de veldwedstrijden deel
genomen heeft; dat was in 1927 Aye de Callac van Paine Stricker. Was het in
Frankrijk de cavelerieofficier Grand-Chavin die een buitengewoon grote belangstelling
voor de Epagneul Breton aan de dag legde, ook in Nederland speelden de Ritmeesters
der Huzaren een grote rol in de ontwikkeling van ons ras. In 1928 was het Ritmeester
Robby Wilson die mee doet met zijn Breton Colette de Houlbousse. Een jaar later komt
hij met succes uit op veldwedstrijden met Colette de Houlbousse en Rapide Coquette. In die tijd was er nog geen nederlandse Epagneul Breton vereniging en Robby Wilson, was lid van de ‘Nederlandse Duitsche Staande Honden Club”. Robby Wilson, maar ook de andere twee Ritmeesters; Rien Mazel en Jaap Schlimmer, die beide nog in deze notities voor zullen komen, zouden in deze club allemaal een vooraanstaande rol spelen. |
Robby Wilson met zijn vermaarde de Beek's Donateur |
Zo stelde in 1937 het bestuur van de club voor om de naam van de club te wijzigen in 'Continentale en Engelse Staande Honden Vereeniging'. Uit de notulen van die vergadering blijkt dat het met name Robby Wilson is die zich verzet tegen dit voorstel. Dit waarschijnlijk omdat hij vreesde dat dan de Engelse honden de Continentale rassen mogelijk geheel zouden overheersen. Het gevolg van dit protest was dat de nieuwe naam 'Continentale Staande Honden Vereeniging' werd en dat de Engelse rassen van deelname werden uitgesloten. |
![]() De Beek's Nicole |
|
Espoir de Petit Han,
geb. 8-3-1931, gefokt door Robby Wilson en Rondelet uit Ch. Potic II en
Betty de Rhode.
|
De
invloed van Bretonniers binnen de 'Continentale' is altijd groot gebleven. In
1938 werd Ad van der Sand in het bestuur benoemd, die zo blijkt uit de
jaarverslagen, in 1939 met zijn Breton De Beek’s Jolie het CACIT wint. In de
jaren die daarna volgen is Robby Wilson met zijn Bretons bijna onverslaanbaar op
de nederlandse wedstrijden. In 1941 wint hij met Jeannic de Pradalan het CACIT,
in 1942 wint hij met zijn fokprodukt De Beek’s Invité met een U en ook in
1943 wint hij, nu met De Beek’s Nicole. Wilson was goed bevriend met de
befaamde Belgische fokker en dresseur Rondelet. Samen fokten zij Bretons en
joegen ze voor. Helaas overleed Robby Wilson in dat
zelfde jaar. Maar gelukkig was hiermee de glorietijd van de Epagneul Breton op de wedstrijden niet ten einde. In 1946 kwam Ritmeester Rien Mazel in het bestuur van de ' Continentale’. Een jaar later was het weer Ad van der Sand die het CACIT behaalde met de door hem gefokte De Hoef ’s Soldat. In dat zelfde jaar won Bennie Schneider de jeugdklasse met De Hoef ’s Ulysses. In 1948 vielen Rien Mazel met Tito en Bennie Schneider met zijn Ulysses in de prijzen en een jaar later wint Rien Mazel de eerste prijs met Tito. De naam van de derde Ritmeester, Jaap Schlimmer duikt voor het eerst op in 1950. Hij word derde met zijn Breton Mascotte. Ook Schlimmer maakte deel uit van het bestuur van de 'Continentale' Bretons joeg. In de jaren 1963, 1964 en 1965 was het Piet Rooijakkers die successen boekt met De Winde’s Gin. In 1967 wordt dan de Epagneul Breton Club Nederland opgericht. |
|
Wie waren nu die “Drie Ritmeesters”, Wilson, Mazel en Schlimmer, waar in de jachthondenwereld altijd over gesproken werd als het over de Epagneul Breton ging? Alle drie bekleedden de rang Ritmeester bij het Regiment der Huzaren. Jan Coldewey is op dit moment waarschijnlijk de laatste die ze alle drie van dichtbij meegemaakt heeft: |
|
|
“De
eerste Ritmeester Robby Wilson maakte ik mee in 1942 en 1943 tijdens de
veldwedstrijden van de 'Continentale'. Helaas overleed hij in dat zelfde jaar.
Over Robby Wilson werd nog tientallen jaren na zijn dood met ontzag gesproken
als een dresseur met uitzonderlijke gaven. Volgens Robby Wilson was er slechts
één continentaal ras wat de moeite waard was en dat was de Epagneul Breton. Toen ik hem in 1942
wees op een fraaie loop van een Duitse Staande Langhaar, reageerde hij
vol afgrijzen met: ‘maar dat is een hobbelende geit!’ Rien Mazel, de tweede Ritmeester, was een grote vriend en collega van Robby Wilson en waren verbonden aan het remonte depôt in Millingen, waar de paarden uit Ierland aankwamen om te worden afgericht voor de regimenten der Huzaren. |
|
De gebroeders van de Sand op een
veldwedstrijd in 1942
|
Beiden waren dresseurs met enorme kwaliteiten. Vele verhalen doen de ronde over hun indrukwekende wijze van het dresseren van deze ongetemde paarden. Ze werden wel vergeleken met dompteurs uit de circuswereld. Bovendien waren het kundige jagers en voortreffelijke voorjagers van hun Bretons op de veldwedstrijden. Met Rien Mazel trok ik veel op. Vaak vergezelde ik hem tijdens het africhten van zijn Bretons. Ook joegen wij samen en dit groeide uit tot warme vriendschap. Het was Rien Mazel die mij deed toetreden tot het bestuur van de ‘Continentale’. Rien Mazel schreef een leuk boekje over het africhten van staande honden. Het was een vertaling van een oorspronkelijk Frans boekje, enkele illustraties zijn hier weergegeven. Rien Mazel overleed in 1952. |
|
|
De derde Ritmeester was Jaap Schlimmer, vriend en collega van Mazel, met wie hij in de oorlogsjaren als beroepsmilitair samen in een Duits interneringskamp verbleef. Het was Rien Mazel die Jaap Schlimmer zijn eerste Breton bezorgde. Door onze jarenlange contacten op de veldwedstrijden, ontstond tussen Jaap en mij een zeer hechte vriendschap. |
|
|
Wij zaten gezamelijk in diverse besturen en de
FTC en deelden een patrijzenveld. Jaap was een begenadigde en uitermate
sportieve keurmeester. Elke hond werd feilloos beoordeeld, maar als er een
Breton aan de beurt was, lichten zijn ogen op, want hij was verliefd op dit ras.
Met
het overlijden van Jaap Schlimmer in 1985, werd een periode afgesloten van grote
en belangrijke Epagneul Breton enthousiastelingen. De Ritmeesters brachten de
Epagneul Breton tot grote hoogte op de veldwedstrijden in Nederland en legden
hiermee de basis voor de belangstelling voor dit mooie ras in ons land.” Tot zover de herinneringen van Jan Coldewey aan de mensen die zo'n grote rol speelden bij de ontwikkeling van onze Breton. We hopen met deze unieke notities een belangrijk deel van de geschiedenis van de Epagneul Breton in ons land voor de toekomst vastgelegd te hebben.
|
||
|
|